De familie Steeman-Kuiper uit Castricum is voortgekomen uit grote gezinnen en is ontstaan vanuit de route Spijkerboor/Graft/De Rijp/Alkmaar/Limmen/Egmond-Binnen (Steeman) en Bergen (Kuiper).
Voor een een meer gedetailleerde beschrijving van het verloop van onze voorvaderen Steeman zie hier.
Cees en Sientje Steeman-Kuiper was een vruchtbaar echtpaar want men bracht negen kinderen voort, waaronder Jans, de jongste dochter die in 1931 trouwde met Henk van der Laan uit Beverwijk. Acht kinderen van Cees en Sientje gaven het leven aan maar liefst 74 kleinkinderen!

Cees (63) en Sientje (63) in 1929 bij het 40-jarig huwelijk
Kwartierstaat Johanna (Jo) Steeman
Klik op bovenstaand figuur voor Kwartierstaat Jo (Jans) Steeman
Francisca (Sientje) Steeman-Kuiper (1865-1938)
Moeder Sientje werd geboren in Bergen en maakte deel uit van een gezin van negen kinderen. Opmerkelijk is dat haar moeder ook Kuijper heette, maar dan met ij. De ouders van Sientje Kuiper, watermolenaar Cornelis Kuiper en Jacoba Kuijper, alsmede haar grootouders, Klaas Kuiper en Trijntje Groot zijn ook afkomstig uit Bergen. De Kuipers waren zakenlui en molenaars in Bergen en omgeving. Sientje was een lieve vrouw die veel voor een ander over had.

Foto gezin Steeman uit 1914 t.g.v. 25-jarig huwlijksfeest in Schoolstraat 10
v.l.n.r. Tuus (11), Marie (19), Jan (24), opa Cees (48), Cor (17), Agie (10), Joh (14), oma Sientje (48), Koos (21), Jans (7) en Wim (16)
Cornelis (Cees) Steeman (1865-1944)
Vader Cees Steeman werd geboren in Castricum uit een gezin van vier kinderen. Hij was zoon van Johannes Steeman (1833-1869) en Maartje de Ruiter (1836-1891). Cees werd geboren in de Kerkbuurt nummer 60, op de hoek Dorpsstraat/Burgemeester Mooijstraat, dat is op de plek waar nu een restaurant is gevestigd. Hij trouwde in 1889 in Bergen met Sientje Kuiper en vestigde zich aan het Slingerpad van de Duinderbuurt no 247. Het Duinderbuurt of Duinkant was een bekend Castricumse buurtschap tussen het station en de duinen. In 1830 stonden daar nog 6 woningen, in 1943 waren dat ongeveer 50 woningen en boerderijen. Overigens werd in 1943 tot ontruiming en sloop van de schilderachtige buurt verordineerd door de bezetter omdat deze in het schootsveld van de Atlantikwall was terechtgekomen. 
Woningen aan de Slingerpad in het gebied van de Duinkant, circa 1940. Op deze plek is later het bedrijfsgebouw van kaashandelaar Kaptein neergezet
Zoals wel vaker voorkwam in vroeger jaren had ook Cees Steeman meerdere beroepen. Hij had een gemengd boerenbedrijf, verbouwde diverse groenten en teelde veel bessen en bloemen en had daarbij onder meer enkele koeien en varkens. Tevens handelde hij in stro en veevoer, maar ook in petroleum en zeep. Zijn belangrijkste bezigheid werd gaandeweg echter het vervoeren en bezorgen van bestellingen. Na de geboorte van zijn eerste kind begon hij in de Duinderbuurt op 1 november 1890 zijn vrachtdienst. Met geleend geld kocht hij een ezeltje waarmee hij lopend twee tot drie keer per week naar Alkmaar ging. Het economisch tij zat echter niet mee en na een half jaar moest hij zich beperken tot een hondenkar. “Sientje, doe de deur maar op slot want ik heb vandaag niets verdiend”, was dan een bekende uitspraak van vader Cees Steeman. Weldra gingen de zaken weer voorspoedig zodat hij zich opnieuw een ezel kon aanschaffen, later gevolgd door een paardenwagen, ook wel ket met kar genoemd. “Ket” betekent klein paard.
Cees was een vlijtig en oppassende man, die veel vertrouwen genoot bij zijn klanten. Zijn beroep als “vrachtrijder” gaf hij voor het eerst op bij de aangifte van zijn derde kind Marie op 18 mei 1894. Hij was toen 28 jaar oud. In 1898 verhuisde het gezin, na de geboorte van het vijfde kind naar een ruimer pand op de Schoolstraat 10, dat toendertijd Kerkbuurt 138 was. Het leven was zwaar en het was dus echt bikkelen in dit harde bestaan voor Cees Steeman en zijn kinderrijk gezin om maar enigszins het hoofd boven water te houden.
Nadat de spoorverbinding tussen Den Helder en Zaandam/Amsterdam was aangelegd en het station van Castricum in 1867 werd geopend was het met de kleine Castricumse gemeenschap gedaan. In de loop der jaren vestigde zich steeds meer forenzen in Castricum. In 1909 werd het psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bos geopend.
Welkome ontwikkelingen dat “Steeman’s Vrachtdienst” van Cees Steeman uiteindelijk geen windeieren heeft gelegd. De mooiste zakelijke dag voor Cees Steeman was dat hij op een van zijn transporten naar Alkmaar papieren voor de notaris meekreeg. Deze opdracht voelde als een broodnodige erkenning en dat gaf hem een gelukzalig gevoel.
In 1925 nam zijn jongste zoon Joh het vrachtbedrijf over van Cees Steeman.
Het karakter van Cees Steeman

Over het karakter van vader Cees Steeman is door familieleden die Cees Steeman van nabij hebben gekend een en ander overgeleverd. Zijn karakter was het best als “lastig” te omschrijven. Mogelijk dat er een relatie was met de economisch zware jaren in de 19e eeuw. In de Franse Tijd werd Nederland leeggezogen door Napoleon en, na diens nederlaag in Waterloo in 1815, brak een diepdonkere economische periode aan waarbij de bevolking ontredderd leek. Vele gezinnen groeiden in die tijd in vreselijke armoede op en ook de familie Steeman ontkwam daaraan niet. De beginjaren van het gezin van Cees en Sientje Steeman in de Duinderbuurt waren zwaar. We kunnen aannemen dat deze omstandigheden grote invloed hebben gehad op het karakter van Cees Steeman. Dankzij zijn discipline en trouw aan zijn gezin en de ontembare werkdrift werd een goede basis gelegd voor zakelijke groei. Cees had de neiging dergelijke eigenschappen ook van zijn kinderen te eisen. Ook zijn relaties die zaken met hem wilden doen dienden over de genoemde eigenschappen te bezitten. In de omgang was vader Cees niet gemakkelijk, een schoondochter van hem vertelde dat ze hem nors, negatief en bokkig vond. Op latere leeftijd werd Cees milder en vond hij veel plezier in het kaartspel Pandoer.
Maar inmiddels was vader Cees Steeman ook in goede doen geraakt. Langzamerhand ontstond begin 20e eeuw een heus "Steeman-imperium", zie hier. Zoon Cor ging echter met zijn groentebedrijf failliet en omdat vader Cees borg stond moest hij over de brug komen. Schoonzoon Floor Stet werd door Cees Steeman met open armen ontvangen. Diens stiefvader was zeer vermogend maar later bleek Floor onterfd te zijn!
Cees Steeman had buiten zijn gezin een goede kijk op mensen en het zakenleven. Hij kon precies zien of iemand geschikt was voor het zakenleven. Vader Cees Steeman, maar ook zijn oudste zoon Jan, waren bazige types en hadden regelmatig conflicten met de diverse relaties.
Enkele anekdotes:
- Zoon Joh was de enige van het gezin die niet bang was voor zijn vader. Joh kwam nog wel eens te laat thuis na het “stappen”. Hij werd door vader twee keer gewaarschuwd maar daar had hij maling aan. De derde keer vond hij de deur op slot en werd er niet opengedaan. Fluitend liep Joh weer weg om bij vrienden te gaan slapen.
- Het was
niet de gewoonte dat mannen in die jaren bruine schoenen droegen. Zoon Wim had stiekem in Alkmaar toch bruine schoenen gekocht. Vader had dat gezien en de schoenen moesten weer verkocht worden!
- Weinig mensen hadden begin 20e eeuw een fiets, vrouwen reden vrijwel geen fiets. Toch had dochter Koos stiekem van haar eigen spaargeld een fiets gekocht. De fiets werd steeds zorgvuldig opgescholen want vader mocht de fiets natuurlijk niet zien. Eén keer was Koos dat vergeten en de fiets bleef tegen een muurtje aanstaan. Toevallig spreekt de buurman vader Steeman en zegt: “zo…, nieuwe fiets?”. “Ja”, zegt vader Steeman, “die is van Kôssie”!
- De dochters Marie en Koos Steeman konden goed met elkaar overweg en gingen nog wel eens stiekem dansen bij Van Bentum (later De Oude Schimmel). Mocht niet van pa Steeman, maar zag het wel door de vingers. Als het hem teveel werd ging hij op klompen met veel tam-tam de danszaal in om zijn dochters te halen.
Nadat Cees Steeman in 1938 weduwnaar was geworden, Sientje Kuiper was zwaar astmatisch maar overleed aan borstkanker, werd spoedig een familieberaad gehouden met de vraag waar pa Steeman ondergebracht diende te worden. Joh was gek op zijn vader en wilde hem graag mee laten draaien in zijn gezin. Maar daar dachten zijn broers en zussen anders over. Besloten werd dat vader Cees ondergebracht moest worden bij Reinier Stet en Marie Steeman. Met name voor Reinier werd dit een zware periode. Reinier ventte petroleum en aanverwante olieproducten onder meer in Assendelft. Het gezin van Reinier Stet woonde in 1915 eerst aan de Kramersweg, gevolgd door Gasstraat hoek Oude Haarlemmerweg. In 1937 werd verhuisd naar het pand van zijn schoonvader aan de Schoolstraat en in 1952 volgde de Geelvinckstraat.
Op de foto Wim Steeman
Franciscus
Vader Cees Steeman werd op zijn oude dag een vroom mens. Hij was geïnspireerd geraakt door de heilige Franciscus en had de plechtige gelofte afgelegd in de zogenaamde seculiere derde orde. Dergelijke leden met de plechtige gelofte zijn echter geen kloosterlingen maar “leven in de wereld” en hebben over het algemeen een eigen huis, baan en gezin. De bloeitijd van deze kerkelijke verenigingen lag in de eerste helft van de 20e eeuw en waren toen een belangrijk steunpunt voor katholieken in de verzuilde stedelijke samenleving. Vader Steeman werd begraven in een bruin “Habijt van Franciscus”.
De overige gezinsleden van Steeman-Kuiper
Het huwelijk van Koos Steeman (1892-1970) en Floor Stet (1890-1959) was geen gelukkige. In de jaren 50 werd het huwelijk tussen tafel en bed ontbonden. Floor was eerst tuinder en boer, vanaf 1935 herenkapper en tevens fietsenmaker aan de Hoflanderweg in Beverwijk.
De zoons Jan (1890-1965) en Joh Steeman (1900-1952) leken het meest op hun vader. Wim Steeman (1898-1965) had een zacht karakter, van Cor Steeman (1896-1967) is niet veel bekend. Aagie Steeman (1904-1996) leek het meest op haar moeder.
Bij dochter Truus Steeman (1902-1991) was de geboorte niet voorspoedig verlopen waardoor ze geestelijk niet stabiel bleek te zijn. Truus is ongeveer vijf jaar in het klooster geweest waar ze zeer muzikaal bleek te zijn. Tot groot verdriet van haar ouders kreeg Truus steeds meer psychische klachten en moest ze opgenomen worden in een psychiatrische inrichting in Noordwijkerhout alwaar ze tot haar dood verbleef.

Marie, Jo en Truus, jaren 70
Agie Steeman trouwde met Jan Deijlen uit Akersloot. In de jaren vijftig werd door de overheid om economische redenen met subsidies de bevolking aangespoord Nederland te verlaten en elders in de wereld een nieuw bestaan te gaan opbouwen. Jan Deijlen zag hier wel wat in en rond 1955 vertrok het gezin naar Melbourne.
Bruiloft
Bruiloften werden thuis gehouden, op Schoolstraat 10. Alleen het 25-jarig huwelijksfeest van Cees en Sientje werd bij Van Bentum gevierd.
De trouwerij van Henk van der Laan en Jansje Steeman in juli 1931 was volgens de overlevering erg gezellig. Ook deze bruiloft werd thuis bij Cees en Sientje gehouden. Op deze dag werd in een open vrachtauto naar het strand gereden. De zussen van Henk van der Laan, Marie en Cor, maakten er een vrolijke dag van en “hingen de beest uit” tijdens de autorit van en naar het strand.
Marie

Marie Steeman en Reinier Stet, eind jaren vijftig
De familie Steeman kende verschillende vrouwen met de voornaam Marie. Het gevolg was dat Jansje vaak een toevoeging gebruikte om al die Marie-en uit elkaar te kunnen houden. De eerste Marie, getrouwd met Reinier Stet, had geen toevoeging nodig. Zij was gewoon de oudste dochter van Cees en Sientje. De vrouw van de oudste zoon Jan heette ook Marie, zij was “Marie-van-Jan”. Cor Steeman was ook met een Marie getrouwd, dat was dus “Marie-van-Cor”. Broer Joh was getrouwd met Marie Rijs. Zij werd gewoon met haar volle naam “Marie Rijs” aangeduid. Aan de kant van Henk van der Laan was ook een Marie, die was getrouwd met Jan Kuijs en werd dan weer “Marie Kuijs” genoemd.
Jo (Jans) Steeman (1907-1990)

Jo Steeman had, gezien haar kordaatheid, wat meer weg van haar vader. De zorgzaamheid voor haar nakomelingen was buitengewoon groot. Binnen haar eigen gezin nam moeder Jans een dominante rol in, in het huishouden maar zeker in het bestieren van de kruideniers- en melkwinkel in de beginjaren aan de Oostertuinen.
Als jongste van een groot gezin had Jans, dat haar naam later omdoopte tot Jo, een sociale antenne ontwikkeld richting enkele kinderen van haar broers en zussen. Zij ontvingen van Jo en haar man Henk veel steun en toeverlaat die zij van hun eigen ouders om uiteenlopende redenen moesten ontberen. Ook de dochters van Jo werden ingezet als hulp bij het huishouden van enkele van haar zussen als daar acute problemen dreigden te ontstaan. Maar ook omgekeerd kon het echtpaar Henk en Jo van der Laan-Steeman op steun rekenen van de families Steeman en Stet. Zo werden enkele neven Stet ingezet om de melkwijk van Henk over te nemen toen hij in militaire dienst moest gedurende de mobilisatietijd in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.
Overigens werd Henk niet direct met open armen ontvangen bij de familie Steeman. Zijn arbeiderskomaf pleitte niet voor hem maar ook dat hij uit Beverwijk kwam werd hem aangerekend. Bovendien strookte Henk’s algemene sociale belangstelling niet met de wat harde zakelijke instelling van de Steemannen. Eigenlijk werd hiermee het grote verschil in milieu blootgelegd tussen de families Steeman en Van der Laan. Ook het leeftijdsverschil tussen Henk en zijn ongetwijfeld grootsprakerige oudere zwagers zal een rol gespeeld hebben. We kunnen aannemen dat de verkeringsjaren met Jans niet eenvoudig zijn geweest voor Henk om zijn weg te vinden binnen de familie Steeman.
Jo stond bekend om haar spontane uitlatingen en uitspraken. Ze werd in haar jonge jaren ook wel gezien als een flapuit. Vele (vrolijke) uitspraken van Jo zijn bewaard gebleven en zijn hier nog eens terug te lezen.
Op de foto uit 1974, Jo en Aagie in Australië (Eltham/Melbourne)