Moeder Van der Laan stond bekend als een vrolijke flapuit. Onderstaand zijn bekende uitspraken en uitdrukkingen van moeder Van der Laan verzameld.
Veel van deze “Midden-Kennemerlandse” uitdrukkingen zijn beïnvloed door West-Friese en Zaanse gezegden.
- Weet je wie er dood (dod) is? Wie z’n kont koud is.
- Doe je een schone (skone) dirk aan? (dirk komt van directoire en is ondergoed)
- Wat eten we? "Stront met stenen, hard en zacht".
- Dat vlijt wel. (Dat is vanzelfsprekend)
- Ik spauw ervan. (Ik heb er totaal genoeg van)
- Ik heb love poten. (moeie benen)
- Ik heb er lucht op. (heb er zin in)
- Wat zit je haar kuin. (Onder verwijzing naar het West Friese “Zo kuin als een kip”)
- Doe niet zo groos. (trots)
- Doe gewoon dan ben je al “dik” genoeg. (arrogant).
- "Ik heb niets te doen". Reactie moe: ga een gat met vuisten slaan, daalders kakken.
- Het zal me aan m'n kont roesten.
- Iets bezeerd. Reactie moe: "dat is voor je pekelzonde, gaat wel weer over".
- Lamstraal
- Roeftem
- Als er een klein autootje voorbij ging, zei moe: "daar heb je weer zo'n kousenpissertje".
- Zo, gaan jullie weer pijpen? (stappen)
- Kont in kont uit. (als je veel bij elkaar over de vloer komt.)
- Lelijke donderstien/steen.
- Ben je nou helemaal belatafeld.
- Moet je een pollepel in je nek?
- Wat stinkt 't hier? "Je neemt niet meer dan je neus vol is, anders ben je 'n dief".
- Dat is onder-end ('soort', mensen die niet deugen)
- Soort (niet hetzelfde niveau)
- Als je je moeder slaat, groeien later je handen boven je graf
- Kippevel of rillingen: “ze lopen over m’n graf”
- Een schip (skip) van bijleg
- Je komt van pissenbed in schijtenbed
- De aardappelen zijn niet gaar! “Dan geef je maar een knauw meer”
- Ik lust dit niet! “Dan hebben wij des temeer”
- Moederterg
- Ausig (verlopen kleding) ook reuk of smaak kon ausig zijn.
- Kom hier witkop (Francis) dan zal ik je even knoeien.
- Ik ben al mijn geld pisser.
- “Mam, ik heb zo'n pijn". “Ach kind je moest eens weten wat ik allemaal voel”.
- Als je teveel beleg op je brood deed. Moe: " 't kan wel op al is het lekker".
- Niks te doen? Ga maar kousen stoppen.
- "Die?", "Die heeft een KONT met schuld!".
- Kornuiten (vrienden)
- Een beetje skeef is groos maar ook als zij trots op je was, zei zij:'' Ik ben groos op jou".
- Ik heb niets te doen. "Dan ga je maar fietsen pikken op het Damrak"
- Iemand met afwijkend gedrag: "Dat is een type"
- Als iemand iets vertelde dat ze maar "raar" vond, zei ze "typisch...."
- Uit liefde: "Ik kan je wel vermoorden" of "Ik kan je wel knoeien"
- Na een grappig voorval: "komiek he!"
- Daar heb je dat "geile" stel ook weer. (Saskia & Serge)
- Eikerig, ons moeder noemde iemand zo, die er stijf uitzag.
- Die veegt zijn kont eraan af (kantjes ervan aflopen)
- Kwibus (hekel aan een man hebben)
- 't Ouwe goed moet eerst op
- Aan flenters
- Darm; klier
- Apenliefde (geen echte liefde)
- Ach meid, dweep niet zo! (zei moe wel eens grinnekend tegen Nel).
- Wat ‘n iezegrim (engerd)
- Zo fijn als poppenstront
- Steerten: slenteren, lopen ijsberen, snel heen en weer lopen
- Stoppekat: najaars/augustuskatje => indien 2e bevalling van het jaar van moederpoes zijn de jonge katjes meestal zwak van gezondheid.
- Hij zei boe nog bah
- Ik voel me hufterig: grieperig voelen.
- Die lust graag dun: zware drinker (alcohol)
- Doet liever niks dan een beetje
Anekdotes:
- Tijdens eem warme maaltijd kijkt pa zijn kinderen aan en zegt: "Als ik jullie niet had zat ik nu in Aerdenhout". Waarop moe reageerde met: "En als jij niet zoveel rookte zaten we nu met zijn àllen in Aerdenhout!".
- "Henk je moet weer eens onder de douche". Pa: "De badman is er vandaag niet".
- Pap mogen wij een ijsje?(tijdens een fietstocht) die man pist er in.
- Wil je mijn gebit even vasthouden?
- Geef je mij, jouw hand eens en dan liet pa er een scheet op.
- Pa: “Ik hang een bord op buiten," Cis van der Laan pianist voor bruiloften en partijen".