slingerpad2.jpg

Deel van jubileumbord (1890-1940) van Steeman's Vrachtdienst gemaakt door Henk Oudhoff. Afbeelding stelt het huis in 1890 voor aan de Duinderbuurt (Slingerpad) waar Cees Steeman in 1890 zijn bedrijf begon. Op de voorgrond de ezelwagen. In 1898 verhuisde het gezin naar een groter pand aan de Schoolstraat 10.

Volgens de overlevering waren Steemannen in de 19e eeuw “poepezakken”. Poepezak was een vak: aan de deur bij boeren lappen en dergelijke verkopen. Bekend was dat de Steemannen reeds vroeg een opmerkelijke handelsgeest hadden. Zoals eerder gezegd had Cees Steeman meerdere beroepen. Maar ook bij zijn kinderen stroomde het ondernemersbloed. Nadat zijn negen kinderen na enkele jaren lagere school ook in het familiebedrijf kwamen breidden de activiteiten steeds verder uit. De 15-jarige oudste zoon Jan ging zijn vader helpen en begon later met broer Wim een kolenhandel onder de naam Steeman’s Kolenhandel. Zoon Cor ging in de groentehandel. Een heus zakenimperium was geboren.

schoolstraat_3.jpg

Rechter witte gevel is Schoolstraat 10 (foto rond 1970)

Aan de Schoolstraat werd ook in de jaren 10 een kruidenierswinkel gevestigd die door het derde kind, dochter Marie, werd bestierd. Daarnaast was er in die tijd nog een heus incassobureau, “Steeman’s Incassobureau”. Voor vijf banken werden geldzaken afgehandeld en werd informatie aan klanten verstrekt. Om de Schoolstraat 10 te ontlasten van de almaar uitdijende kolenhandel kocht Jan Steeman in 1915 het Knophuis aan de Overtoom. 

RAA008000021_0109_L.jpg

Het Knophuis aan de Castricumse Overtoom dankt hoogstwaarschijnlijk zijn naam aan de grote koperen knop op de voordeur. De stolpboerderij is eigenlijk nooit een boerderij geweest. Het was meer een "herenhuysinge" en werd in de oude tijd bewoond door "Heren", zoals schouten, een chirurgijn en een predikant. De eerste vermelding van het huis werd gedaan in een akte van 1691. In 1915 werd het pand door vier gezinnen bewoond. Een van de gezinnen verhuisde en Jan Steeman betrok het achtgelaten deel van het gekochte pand, dat bestond uit twee vertrekken en een halletje, met zijn bruid Marie Mooij uit Heiloo. Later trok ook de moeder van Sientje Steeman-Kuiper,  "opoe" Jacoba Kuiper-Kuijper uit Bergen, nadat ze weduwe was geworden in het Knophuis. Dochter Sientje, die hierop aangedrongen had, betaalde ook de huur voor haar, 75 cent per week. Opoe betrok nabij de voordeur de opkamer met de kelder eronder. Na het vertrek van de nog enige huurder in 1932 was Jan Steeman de enige bewoner van het Knophuis en kon eindelijk een groot deel van het pand voor kantoor en opslag van brandstoffen gebruiken. In 1937 verhuisde het gezin van Jan Steeman en Marie Mooij van Overtoom naar Geelvinckstraat 6 en werd het gehele pand gebruikt voor kantoor en opslag. In 1938 wilde Jan Steeman verhuizen naar de Schoolstraat maar zijn vrouw Marie wilde dat niet!

In 1917 kwam zoon Joh bij zijn vader in dienst na vier klassen lagere school. Dat was min of meer gedwongen omdat zijn broers in militaire dienst moesten wegens de dreiging van de Eerste Wereldoorlog. In 1920 begon Joh met zijn broer Wim ook een aardappelhandel, “Gebr. Steeman Aardappelhandel”. Dit duurde echter slechts twee jaar omdat de broers het te druk kregen met hun andere zaken. In 1925 hadden Jan en Wim allebei een vrachtwagen voor hun kolenhandel aangeschaft. Hiermee werden in de zomer ook diverse losse vrachtjes gereden. Jan bracht dan bijvoorbeeld aardbeien bestemd voor Engeland, naar de boot in Rotterdam. En Wim Steeman schreef zich in bij de Kamer van Koophandel als verhuis- en transportbedrijf dat duurde van 1926 tot 1931. Wim ontwikkelde zijn kolenhandel tot een sterke onderneming met vele goede klanten. Later heeft hij zijn kolenhandel overgedaan aan SHV terwijl Jan Steeman zich tot het uiterste verzette tegen dreigende overname.

In 1925 nam Joh het vrachtbedrijf van vader Cees Steeman over en bracht het bedrijf tot verdere bloei. Joh, die met zijn vrouw en twee dochters bij zijn ouders aan de Schoolstraat inwoonden, verhuisde in 1930 naar de Cieweg 1 en liet daar een nieuw bedrijfspand bouwen. Voor Steeman’s Vrachtdienst was de vestiging aan de Cieweg gedurende begin jaren 30 het hoofdkantoor. Daarnaast had men verspreid in Noord-Holland diverse agentschappen, waaronder enkele jaren op Populierenlaan 51A te Beverwijk bij zwager Henk van der Laan! 

Later in de jaren 30 werd het hoofdkantoor gevestigd aan Nieuwezijds Voorburgwal 93-95 te Amsterdam. In 1937 had Steeman’s Vrachtdienst maar liefst zeven eigen vrachtauto’s op de weg rijden. In september 1940 breidde het bedrijf verder uit en werd de bodedienst Alkmaar-Arnhem/Nijmegen overgenomen. Het bedrijf sloeg nu echt zijn vleugels verder uit over midden-Nederland.

 

1890-1940, van ezelkar tot een groot expeditiebedrijf

In het Nieuwsblad van Castricum verscheen op 18 oktober 1940 een artikel, waarin Cees Steeman sr, de grondlegger van een groot bedrijf, het één en ander vertelt over zijn bedrijf, dat 50 jaar bestaat:

“Thans is het een groot bedrijf met vertakkingen in een groot deel van het land. Overal ziet men in Noord- en Zuid-Holland en in Gelderland de bekende licht-geschilderde vrachtwagens van Steeman’s dienst. Het is niet altijd zo geweest. Vijftig jaar geleden begon de heer C. Steeman heel eenvoudig met een hondenkar en later met een ezelwagentje, waarmee hij lopend driemaal per week een dienst op Alkmaar onderhield. Door weer en wind, bij regen en sneeuw en langs dikwijls vrijwel onbegaanbare wegen werden bestellingen als petroleum en zeep vervoerd. Daarbij moest alles zo zuinig mogelijk berekend worden, wat in verband met het hoge tolgeld, dat te Heiloo mest worden betaald, vaak een omweg over Limmen betekende. 

Na een paar jaar kon de heer Steeman zich een wagen met twee wielen permitteren en nam het aantal klanten toe. Hij onderscheidde zich van andere vrachtrijders, door het zogenaamde “aanleggen” bij klanten voor een borreltje zeer te beperken. De zaak en zijn gezin van negen kinderen gingen hem boven alles. Het bedrijf groeide, er kwamen karren bij en zijn zoons gingen zich ook in het bedrijf verdienstelijk maken. Toen in 1914 de oorlog kwam brak een moeilijke tijd aan, maar Steeman was gehard tegen moeilijkheden en kwam ze ook nu te boven. Ondertussen had hij ook nog de zorg voor zijn boerderij, zijn tuin en zijn koeien, zodat hij het vrachtbedrijf ging overlaten aan zijn jongste zoon Joh Steeman. Deze ging ook auto’s gebruiken en stichtte in Amsterdam een bestelhuis genaamd “De Onderneming”, dat na tal van verbouwingen en vernieuwingen uitgroeide tot een der belangrijkste bestelhuizen van Amsterdam. Onder diens bekwame leiding is de lijndienst Castricum, Amsterdam, Beverwijk en IJmuiden tot stand gekomen. Nog slechts enkele maanden geleden werd Steeman’s Vrachtdienst werderom uitgebreid met de lijndienst Castricum-Amsterdam-Arnhem.

De oude heer Steeman leeft nu gelukkig temidden van zijn getrouwde zoons en dochters, acht in getal en mag zich verheugen in het bezit van een zestigtal kleinkinderen.”

Na de oorlog moest het bedrijf bijna opnieuw worden opgebouwd. Begin jaren 50 had Steeman’s Vrachtdienst al weer veel vrachtwagencombinaties op de weg. Steeman’s Vrachtdienst kreeg als een van de eerste in het dorp een telefoon, het telefoonnummer was: 18.

steeman_vrachtdienst_met_Joh2.jpg

Joh Steeman op een zondagmorgen in 1945

In 1950 werd het 60-jarig bestaan van Steeman’s Vrachtdienst uitgebreid gevierd met zo'n 25 man personeel. In 1952 volgde echter de grote tragiek van de familie Steeman. Op een regenachtige donkere avond in oktober botste Joh Steeman met zijn luxe wagen in Renswoude tegen een stilstaande vrachtauto. Joh was vrijwel op slag dood. Hij liet zijn vrouw en vijftien kinderen ontredderd achter. Het bedrijf raakte diep in de problemen mede omdat de financiële gevolgen van een zwaar ongeluk met een van de vrachtwagens in 1951 nog zwaar drukte. De familie probeerde gedurende enige jaren het vrachtbedrijf te laten overleven maar in 1958 viel het doek. Het bedrijf werd overgenomen door GTM (Gelderse Tramweg Maatschappij). Op dat moment beschikte Steeman's Vrachtdienst over een aanzienlijk totale laadvermogen van 60 ton, verdeeld over zo'n 15 vrachtwagens, van opleggers en aanhangcombinaties tot bestelwagens voor het stadsvervoer. 

Zwager Reinier Stet nam in september 1940 de lijndienst Alkmaar-IJmuiden/Driehuis over van Joh. Steeman. In 1946 doet Reinier zijn expeditiebedrijf over aan zoon Cor Stet. In 1950 neemt zijn broer Jan Stet het bedrijf over, later mede gevolgd door broer Joop Stet. Zij maakten het tot een groot expeditiebedrijf dat inmiddels tot Stet Heemskerk is uitgegroeid en waar de zonen van Jan en Joop met de scepter zwaaien.

Een zoon van Joh Steeman, Hans Steeman, heeft een onderhoudend geschiedenisboek geschreven over Steeman’s Vrachtdienst. 

Het vrachtrijdersbloed stroomde ook door de aderen van de zonen van Wim Steeman (1898-1965). Zijn oudste zoon, Cees Steeman, was in de tweede helft van de 20e eeuw transportondernemer in Leersum. Ook de jongste zoon van Wim Steeman, Jos Steeman, was eigenaar van een transport- en verhuisbedrijf in Alkmaar.

steeman_vracht_Medium.jpg

Achterkant van het fraaie gedenkboek Steeman's Vrachtdienst van Hans Steeman. Afgebeelde truck (Federal) is genomen in 1932. De kleine wagen uit 1954 (Goliath) werd veel gebruikt voor het stadswerk, chauffeur is Hans Steeman. De Goliath werd ook wel Oliegat genoemd wegens een aparte olietank van waaruit de olie werd toegevoegd aan de benzine om mengsmering te verkrijgen.