Henk van der Laan was het oudste kind van Joannes van der Laan en Cornelia Glandorf. Henk was nog maar 5 jaar oud toen hij in 1911 zijn 35-jarige vader aan TBC verloor. Negen jaar bleef moeder Cornelia Glandorf weduwvrouw tot zij in 1920 hertrouwde met Willem de Wit uit Beverwijk. Het gezin vestigde zich aan de Patersweg in Beverwijk. Voor een vervolg zie hier.
Gedurende die negen jaar dat moeder weduwe was kregen Henk en zijn twee jongere zusjes Cor en Marie een intense band dat tot een bewogen leven leidde. Voor een verwijzing kijk hier.
Het eerste baantje van Henk was bezorger bij een kruidenier. Daarmee verdiende hij 75 cent (ongeveer 5 euro anno 2019) per week dat hij thuis afgaf. Dat was weinig motiverend want dat bedrag werd weer afgetrokken van de uitkering van zijn moeder.

Foto schildersbedrijf in Beverwijk aan de Grote Houtweg met geheel rechts Henk van der Laan en tweede van links tante Antje, vrouw van Jan de Wit die weer een broer was van Willem de Wit. Overige twee vrouwen zijn onbekend.


1931 - Henk (25) voor zijn trouwen en toen hij nog een jaar of 18 was

Jaren 20 in Wijk aan Zee, Henk op vrijersvoeten
Toen Henk in 1931 trouwde met Johanna Steeman had hij samen met een compagnon een schildersbedrijf. Zakelijk zat dat niet mee en het bedrijf ging failliet. Henk werd zelfs enige tijd gegijzeld, om als drukmiddel nog zoveel mogelijk geld los te krijgen voor de schuldeisers. Dat had geen resultaat. Ook de schoonvader van Henk, die in goede doen was, gaf aan dat hij hieraan niet wilde meewerken. Het woonhuis van Henk en Jo aan de Populierenlaan moest verkocht worden en werd weer teruggehuurd. Niet veel later won Cornelia Glandorf samen met enkele anderen 100.000 gulden in de Staatsloterij. Van haar deel kocht zij Henk vrij uit het faillissement van het schildersbedrijf Groothuizen en Van der Laan en gaf het resterend deel aan de kerk! Dat was een gevoelige episode in het leven van Henk en Jo van der Laan waarover later weinig werd gezegd.
Vervolgens startte Henk een melkwijk waaraan zijn schoonvader bijdroeg door een garantstelling. Hierdoor kon Henk de eerste moeilijke jaren goed doorkomen. Samen met andere middenstanders, zoals slager Vessies uit Velsen-Noord, togen zij naar nieuwe bewoners en probeerden hen te winnen als nieuwe klant. Na enkele jaren had Henk daarmee een behoorlijk wijk opgebouwd. De middenstand was in die jaren goed georganiseerd en de vele melkboeren in Beverwijk waren inmiddels verenigd. Henk had zich aangesloten bij de vereniging Rooms Katholieke Melkslijters en trad toe tot het bestuur waarin hij het secretariaat voor zijn rekening nam.
Onderstaand een bericht in Dagblad Kennemerland uit 1937:

Henk nam zijn bestuurstaak serieus. In een ingezonden brief in Dagblad Kennemerland maakt hij, op persoonlijke titel, met niet mis te verstane woorden duidelijk maakt dat de georganiseerde melkslijters wel degelijk een vuist kunnen maken richting grote melkinrichtingen.

Voor diensttijd en mobilisatietijd van Hendrik van der Laan zie hier.
Religieuze instelling
Henk was een zeer gelovig man. Hij was bevriend met kapelaan Brandsma van de de Goede Raadkerk en met dominee Gerrit van Schuppen van de Hervormde kerk. Via enkele bevriende klanten uit de melkwijk richtte hij een gespreksgroep op die diepgaand filosofeerde over onder andere mogelijke samenwerkingsvormen tussen de diverse christelijke stromingen. Een waar oecumenisch orgaan was geboren. Veel concreets is niet overgeleverd uit die tijd, wel dat er stevig werd gerookt zoals normaal was in de jaren ‘50 en ‘60. Als het in de ogen van zijn vrouw Jo Steeman genoeg was geweest werden de bovenramen open gezet en de asbakken weggehaald. Deze stille wenk werkte altijd.
Zijn vriend Gerrit van Schuppen (1917-2014) had een fraaie afscheidsrede gehouden tijdens herdenkingsdienst voor Henk van der Laan in de kapel van “Lommerlust” op 26 april 1964. Onderstaand onverkort de afscheidsrede:
Het is in de geest van de Heer en van onze trouwe medebroeder in Christus, dat wij hem herdenken; de Heer dankend voor wat Hij ons heeft gegeven in Hendrik van der Laan. Ook, dat wij met zijn gezin en vriendenkring samen hier bidden. Vooral: samen.
Hoe kan dit beter dan met het gebed van onze Heer vlak voor zijn dood, die Hij zijn Verheerlijking noemde. Juist in dit geweldig gebed staan ook de woorden: “opdat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader het zijt in Mij en ik in U. Mogen ze ook één zijn, opdat de wereld gelove, dat Hij Mij gezonden hebt”.
Dié eenheid bewoog zijn leven, zijn “de levende eenheid met de Heer”. Zijn groot eenvoudig geloof! Dan kon hij enthousiast worden over het mysterie van de eenheid met Christus in de Eucharistie. Om er ook gewoon met een van zijn kinderen over te spreken.
Hieruit komt zijn humor! Je kon enorm met hem lachen. Wat een optimist en goedgehumeurd mens!
Geloofshumor; van geloof, dat in liefde werkzaam is; thuis als vader en man in het gezin; en bij de klanten.
Met de melk gaf hij het levend getuigenis van een blij geloof. Hoevelen heeft hij in alle stilte geholpen!
In zijn oecomenische gezindheid ontstonden via zijn melkwijk de eerste oecomenische gesprekskringen. Het Geheim van de Wijkaanduinerweg! Ik kan met grote dank getuigen van zijn bezieldende kracht, die hij aan vele Reformatorische medechristenen heeft mogen geven. Als Van der Laan het katholiek dogma weergaf, was dit nooit dor; achter de formulering leefde bij hem het geloofsbezit van de kerk; en hij maakte het actueel, zodat hij zo heerlijk radicaal en critisch kon zijn, vooral tot zijn eigen geloofsgenoten. Maar altijd met een royale lach. Hij wist dat ons beider kerkelijke traditie veel te geven heeft. En na de kring was het dan de volgende dag in de winkel of thuis: “wat een moordavond!”
Leer en levenspraktijk. Hoe verlangde hij naar het samen beleven en vieren van de gemeenschap der gelovigen, zoals ook nu vanavond; naar een nieuwe eenheid van samen de eucharistie vieren met de levende Heer.
Het ging hem vaak veel te langzaam! Hij is het levend bewijs geweest, hoe onmisbaar de leken zijn voor de groei van de rechte oecumenische gezindheid. Wat was hij in het ziekenhuis nog benieuwd naar mijn bevindingen bij de Paus en kardinaal Bea in Rome. Hij had zo graag meegegaan. Maar hij is nu naar het nieuwe Jerusalem!
Mogen wij allen, maar zijn gezin bovenal, de troost vinden in die dwingende bede van de Heer: “Vader, ik wil dat zij, die Gij mij gegeven hebt, met mij mogen zijn, waar Ik zelf ben; opdat zij mijn heerlijkheid mogen aanschouwen”.
Het is vandaag zondag “Cantate”. Hendrik van der Laan mag nu zijn nieuw lied zingen met alle heiligen in gemeenschap met de triomferende en de strijdende Kerk. Amen
De rede van Van Schuppen geeft een mooie inkijk in het leven van Henk en zijn geloofskornuiten. Zijn gevoel voor humor werd niet alleen door Van Schuppen geroemd. Ook andere familieleden, zoals de diverse oomzeggers, konden hem nog goed herinneren van de logeerpartijen op de Populierenlaan en roemden zijn grappen en bulderende lach. Bijzonder was het contact van Henk met zijn zussen Cor en Marie. Tussen deze drie was het vaak een dolle boel. Ook na het overlijden van Henk was het tijdens de bezoekjes van schrijver dezes met enkele zussen aan Cor en Marie altijd dolle pret. Zelfs tijdens de bruiloft van Henk van der Laan en Jo Steeman in 1931 zetten de gezusters de boel op stelten. Een gebeurtenis die de wat stugge Steemannen zich nog lang konden herinneren.
Godsdienstonderricht
Op 25 januari 1959 kreeg Henk van der Laan van de bisschop van Haarlem een akte uitgereikt om godsdienstles te mogen geven in de vorm van Catechismus-onderricht. Met de uitreiking was een eind gekomen aan een theologische opleiding godsdienstleer. In het familiearchief is nog een deel van het indrukwekkende studiemateriaal aanwezig.
Het is niet bekend of Henk daadwerkelijk Godsdienstonderricht heeft gegeven. Het hebben van een eigen bedrijf maakte het bijna onmogelijk om een bijbaantje te accepteren, betaald of als vrijwilliger. Maar misschien was dat niet zijn bedoeling. Henk wilde als kind al priester worden maar door de financiële toestand thuis was dat niet mogelijk. Met deze opleiding heeft hij wel enige genoegdoening gekregen en kon hij de opgedane kennis ongetwijfeld toetsen in zijn gespreksgroepen.

Reclassering
Ondanks zijn eigen bedrijf had Henk wel tijd gevonden om zich te binden aan de reclassering. Als vrijwilliger werd hij ingezet bij het begeleiden van zedendelinquenten. De bedoeling van dergelijke ondersteuning was om er voor te zorgen dat de zedendader niet opnieuw in de fout ging. Daar waren tal van gesprekken voor nodig die Henk veelal in de achterkamer van de Oostertuinen voerde met de dader die zijn straf inmiddels had uitgezeten. Een gebeuren waar moeder Jans enige moeite mee had met de meeste dochters thuis woonachtig. Tot kort voor zijn dood heeft Henk zich nog ingezet voor de reclassering.

