glandorfjo.JPG

Parenteel van Joseph Glandorf (*1785 Ostercappeln)

 

Jan van der Laan Hz (1876-1911)

Echtgenoot van Cornelia Glandorf (1879-1958) was Jan van der Laan. Hij was als zeildoekwever verbonden aan zeildoekfabrikant Van Leijden te Krommenie. Jan was voorman in de fabriek en was een uitzonderlijke harde werker die fysiek veel arbeid verzette. Ten gevolge hiervan kreeg hij de bijnaam De Barre. Hij was trots op zijn werkprestaties maar prestatieloon bestond toen nog niet. Men gaf hem de raad niet zo overmoedig te zijn, een mens is nu eenmaal geen machine. Het karakter van Jan was zeer goedig te noemen, je kon er geen ruzie mee krijgen.

 

Jan van der Laan in 1904

Als kind was hij al vroeg zwak in gezondheid en er werd steeds gezegd dat hij iets onder de leden zou hebben. Zijn oudste zus zou hem wel eens als kind besmet kunnen hebben, was een veronderstelling. Na een ziekbed van 1½ jaar overleed Jan op 35 jarige leeftijd op 26 november 1911 aan TBC.

 

Cornelia Glandorf (1879-1958)

Henk van der Laan schrijft: weduwe zijn in een maatschappij welke geen enkele sociale voorziening kent dan alleen maar de caritas, is een zware opgave, alleen al het ervaren dat je jonge liefde onbeantwoord zal blijven, het ervaren van het alleen zijn met je zorg en leed, wat elke dag zwaarder gaat drukken, naarmate de zorg om het dagelijks brood, meer inspanning van menselijke kracht vraagt en deze krachten geleidelijk aan zien verzwakken. Weduwe zijn is een zware opgave. Onze heer kende dit ervaren sprak erover met hen die hem volgden. Ware godsdienstigheid is, weduwen en wezen in hun druk bezoeken. Hebben de Christenen in hun verbondenheid met de kerk dit wel eens gerealiseerd; zo ja, in welke vorm? Kerk, in deze klaag ik u aan, en veracht ik uw burgerlijkheid. Als een christenvrouw altijd vertrouwend op haar neer, op zijn hulp en kracht in de zware beproeving van het leven, in wien zij nooit is teleurgesteld, heeft zij haar weduwstaat negen jaar beleefd.

 


IMG_1807.JPG

    Cornelia Glandorf in 1904                Huis van de familie Glandorf (achterste gedeelte) aan de Haaldersbroek 19B

Cornelia Glandorf is geboren op ‘t Kalf aan de schilderachtige Haaldersbroek 19B. Voorheen was dit pand een weeshuis, Het gezin Glandorf woonde in het achterste gedeelte.

Cornelia van der Laan-Glandorf leefde in armoede. Ze kreeg per week 2 gulden steun van de gemeente Krommenie, twee gulden van de kerk en twee gulden vijftig weduwepensioen van zeildoekfabrikant Van Leijden, totaal dus zes gulden vijftig (= 40 euro anno 2018). Voor de rest werd wat bijverdiend door ‘s morgens in alle vroegte de kachels in scholen aan te maken en vanaf 8:00 uur zat ze in de huishouding bij rijke mensen, zoals de familie Scholten. Op deze manier probeerde ze tussen ‘s morgens 6:00 uur en ‘s avonds 20:00 uur wat bij te verdienen. Dit duurde zo’n acht aan negen jaar totdat Cornelia weduwnaar Willem de Wit uit Beverwijk ontmoette.

Omstreeks 1918 kon moeder de armoede waarin zij leefde moeilijk de baas en dat ontlokte haar de verzuchting: “Ik wou dat ik twee gulden had voor honderd turven.” Dit werd opgevangen door haar kinderen Henk, Cor en Marie. Daarop besloten zij hun weinige spaargeld aan te spreken om 100 turven voor de kachel te kopen bij de turfboer. Vanwege het sinterklaasfeest wilden de kinderen dit aan hun moeder schenken. De turfboer was hiervan zo onder de indruk dat hij voor de honderd turven fl 1,75 rekende! Moeder snikte het uit toen zij verrast werd door de honderd turven. 

Moeder Cornelia had eenvoudig geen geld om met Sinterklaas cadeaus voor haar kinderen te kopen. De familie Scholten bood haar maar liefst 10 gulden (= 66 euro anno 2018), in plaats van het gebruikelijke cadeau, om haar in de gelegenheid te stellen cadeaus voor haar kinderen te kopen!

Het eerste baantje van Henk was bezorger bij een kruidenier. Daarmee verdiende hij 75 cent per week dat hij thuis afgaf. Dat was weinig motiverend want dat bedrag werd weer afgetrokken van de  uitkering van zijn moeder. Veel later, het waren de jaren dertig, won Cornelia samen met anderen 100.00 gulden in de Staatsloterij. Van haar deel kocht zij Henk vrij van een naderend faillissement van het schildersbedrijf Groothuizen en Van der Laan en gaf het resterend deel aan de kerk!  

Een zus van Cornelia, tante Jans, was getrouwd met Albert Bouwmeester. Een broer van Albert was Jan Bouwmeester (geboren in 1922), deze zat tijdens de bezettingsjaren in het verzet in Zaandam en is omgekomen in een kamp in Neuengamme nabij Hamburg op 4 januari 1945. De straat waar de stiefzoon van Cornelia, Ber de Wit met Riek in Zaandam gingen wonen is vernoemd naar deze Jan Bouwmeester. 

Cornelia deelde haar oude dag in St Jan Pension aan de Bloemgracht te Zaandam met een dochter van tante Jans, genaamd Bertha.

 

Gevaren aan de Vlusch


In hun kindertijd stonden Henk, Cor en Marie bloot aan vele gevaren. ‘s Middags of ‘s avonds als het donker werd, werden in het huis aan de Vlusch in Krommenie de olielampen door de buren aangestoken als moeder uit huis was om elders in de huishouding te werken. Door een burenruzie werden de kinderen op een gegeven moment aan hun lot overgelaten en moesten ze zelf de lampen aansteken. Het was achteraf onbegrijpelijk dat er toen geen ongelukken zijn gebeurd. Ook de kachel werd dan door hen aangestoken en dan nog eens veel te hoog opgestookt. Ook een groot potentieel gevaar waren de vele sloten rondom het huis aan de Vlusch.  De vele kinderen die daar speelden konden toen niet eens zwemmen.

Huis (middelste) aan de Vlusch van familie Van der Laan-Glandorf

 

Huwelijk Cornelia met Willem de Wit (1877-1946)

Weduwnaar Willem de Wit, geboren in Heemskerk, was opperman in de bouw. Tijdens een cafébezoek werd Willem door neef Jan van der Laan op het spoor van weduwe Neeltje Glandorf gebracht. Willem de Wit durfde op dat moment Neeltje niet te bezoeken wegens de alcoholische versnaperingen. Een paar dagen later ontving Neeltje Glandorf een brief van De Wit met verzoek tot verdere kennismaking. Neeltje Glandorf wees dit verzoek echter af. Buurvrouwen en verdere familie drongen bij Neeltje aan om toch maar eens contact te zoeken met deze Willem de Wit, “want het kon wel eens een knappe man zijn”, “knappe man betekent in deze context een man van onbesproken gedrag.  Na een weduwschap van bijna 9 jaar trouwde Cornelia na een verkeringstijd van 6 weken op 3 augustus 1920 met Willem de Wit.

 

1933: 12,5-jarig huwelijk van Willem de Wit met Cornelia Glandorf (“Opoe de Wit”); Piet Bakker, Cor, Opoe de Wit, Jo, Henk, Willem, Marie, Ber Jan Kuis

Zij vestigde zich eerst in de Patersweg te Beverwijk, vervolgens op de Grote Houtweg maar woonde de langste periode op de Alkmaarsweg nummer 174. Willem de Wit bracht ook twee kinderen mee, Ber (*13 december 1909) en een dochter waarvan verdere concrete gegevens in nevelen zijn gehuld. Het enige dat bekend is erg bizar, zij werkte in de prostitutie in Haarlem!

Willem de Wit was goed van karakter maar kon wel eens opvliegend zijn. Stiefzoon Henk van der Laan stond letterlijk regelmatig dreigend tegenover hem. Het huwelijk tussen Neeltje en Willem was niet uit liefde geboren maar er was wel enige affectie naar elkaar toe. Zij kregen zelfs nog een dochter maar deze kwam reeds dood ter wereld. Mogelijk hield dit verband met het feit dat ze tijdens haar zwangerschap van een trap was gevallen.

 

Joseph Glandorf

Joseph Glandorf en Cornelia Glandorf-Van Bemmelen in 1898 bij het 25-jarig huwelijk

De overgrootvader Joseph Glandorf van Cornelia Glandorf, dus niet haar vader Joseph die getrouwd was met Cornelia van Bemmelen, was geboren op 3 maart 1785 in Ostercappeln (18 km ten NO van Osnabruck). Hij maakte deel uit van seizoenwerkers genaamd Hannekemaaiers of Hollandgängers. Hanneke is afkomstig van de naam Johannes, afgekort Hannes waar Hanneke weer een verkleinwoord van is. Na de ware verschrikkingen van de 30-jarige oorlog die in 1648 eindigde begon vanuit Westfalen een jaarlijkse trek te ontstaan naar het veel rijkere Holland die om arbeidskrachten verlegen zat. Deze trekarbeiders vertrokken kort na Pinksteren te voet in groepen die onderweg almaar groter werd. Op tekeningen worden zij veelal afgebeeld met hun eigen zeis. Ze overbrugden zo een afstand van 200 à 300 km via o.a. het Duitse Lingen en stak de groep, die op weg was naar Amsterdam, aldaar met een veer de Ems over en namen bij Hattem (onder Zwolle) de boot naar Amsterdam. De paden die zij namen lagen op hoger gelegen zandruggen. Deze paden liepen door uitgestrekte veen- en moerasgebieden waardoor men soms flink moest omlopen om op de plaats van bestemming te komen. Over de hele tocht deed men zo’n 10 dagen. Op het hoogtepunt vertrokken ieder jaar zo’n 40.000 (1875) Westfalers voor een seizoen naar Holland. In Noord-Holland werden ze veelal te werk gesteld om het gras te maaien en in Zuid-Holland werden ze bijvoorbeeld ingezet bij de turfwinning.  Eind 19e eeuw werd de trek beduidend minder. Zie ook www.stichtinghannekemaaierspad.nl.

Naar schatting hebben zich 140.000 Hannekemaaiers tussen 1815 en 1850 blijvend in Nederland gevestigd. Het is wel duidelijk dat Joseph Glandorf, die in1817 te Wijde Wormer trouwde met Johanna de Jong, zich tot deze groep mag rekenen. Bijna al zijn voorouders waren geboren in de gemeente Ostercappeln, mogelijk in het nabij gelegen dorpje Schwagstorf. De stamvader van de familie Glandorf is Christoph Glandorf, geboren rond 1550. Van deze stamvader is bekend dat hij in 1618 te Wiedenbruck is begraven. Ostercappeln ligt zo’n 20 km ten NO van Osnabrück, Wiedenbruck zo’n 70 km ten zuiden van Osnabruck.



Geboortehuis Glandorf familie (1656 – 1930) (bron: website familie Verhoeven-Vyncke)

De familie Glandorf wordt in de volksmond tot op heden nog steeds als "die Landwehrs" aangeduid. Deze naam is afkomstig van de boerderij in de Horst (Herford/Schwagstorf), welke in 1656 is gebouwd op de fundamenten van een stenen huis omgeven door water. Het perceel was in het Noorden door een 2 meter hoge muur omsloten, waarin 14 nissen waren ingemetseld tonende de kruisweg. De weg langs deze muur heeft dan ook de naam "Krüswäg (der Kreuzweg)". Het is dit huis waarmee de eerste 8 generaties van de Glandorf stamboom in verband worden gebracht. In 1930 is de boerderij herbouwd. Ten gevolge van verbreding van het kanaal zijn de schuren en overige bijgebouwen begin jaren 70 afgebroken.

Vermeldingswaardig is dat Ostcappeln een kleine 10km ten zuidoosten ligt van het gebied dat bekend staat waar de slag van Teutoburgerwald heeft plaatsgevonden in het jaar 9, een van de grootste nederlagen die de Romeinen hebben geleden.