In den Beginne....

De geschiedenis van de familie Van der Laan in Assendelft is niet compleet als we niet eerst stilstaan bij de ontstaansgeschiedenis van Midden Kennemerland in het algemeen en Assendelft in het bijzonder. Midden-Kennemerland is van grote invloed geweest op het ontstaan van het veendorp Assendelft. Daarover later meer.

Midden-Kennemerland beslaat het gebied met de huidige gemeenten Heemskerk, Beverwijk en Velsen. De eerste bewoners vestigden zich vooral in de kuststrook omdat dit gebied aanzienlijk droger was dan landinwaarts, alwaar het door het aangegroeide veen meer weg had van een moeras. De oudste bewoningssporen in dit gebied dateren van omstreeks 2500 jaar voor Christus in de omgeving van Velserbroek en van zo’n 1500 jaar voor christus in de Broekpolder. Ook in Assendelft zijn aan het Oer-IJ ten westen van het huidige lintdorp dergelijke oude sporen aangetroffen van zo’n 1500 jaar voor christus. Vanwege klimatologische omstandigheden brak een lange natte periode aan en werden deze “oude Assendelvers” verdreven. 

Kaart-1 Bewoningsconcentraties in het huidige Holland vormden in de zevende en achtste eeuw deel van een keten die zich uitstrekte langs de gehele Noordzeekust Midden-Kennemerland tot de tiende eeuw

De noordgrens van het Romeinse Rijk was gelegen ter hoogte van Katwijk met een vooruitgeschoven post (fort) nabij Velsen. De Romeinen hebben wel geprobeerd om hun gebied verder noordwaarts uit te breiden maar slaagden daar niet in en trokken zich halverwege de eerste eeuw terug achter de huidige Oude Rijn nabij Katwijk.

Het kustgebied is vrijwel voortdurend bewoond geweest, bijvoorbeeld bij Castricum-Oosterbuurt en Uitgeest-Dorregeest. Bewoningssporen vanaf de derde eeuw zijn daar aangetroffen. Na de val van het Romeinse rijk kwam in Europa in de vierde eeuw de Grote Volksverhuizingen op gang (350-550 na Chr). In deze periode waren in Midden-Kennemerland beduidend minder bewoners en waren vele oude nederzettingen verlaten. Van de tweede helft van de zesde eeuw neemt de bewoning weer belangrijk toe. De nieuwe bewoners kwamen voornamelijk uit groepen Angelen en Saksen (ofwel Angelsaksen), afkomstig van de Duitse en Deense Noordzeekust. Een groot aantal van deze Angelsaksen maakte de oversteek naar de Britse eilanden, vormden daar de Engelsen en waren verantwoordelijk voor de beginvormen van de huidige Germaanse talen.

Vanaf de vierde eeuw na Christus werd het klimaat in onze omgeving langzaam droger. Sporen van bewoningsconcentraties uit de zevende en achtste eeuw zijn in het kustgebied gevonden. Niet alleen in het duingebied maar ook op de daarachter gelegen strandwallen die door speling van de natuur waren opgeworpen. Deze strandwallen waren overblijfselen van vroegere kustlijnen zie zich van oost naar west verplaatsten. De oudste, en dus meest oostelijke strandwallen in het gebied is waar Akersloot is ontstaan. Het overige gebied was onbegaanbaar en er ontstond een groot veengebied met relatief droge beboste gebieden (de plaatsnamen eindigend op –woud, zoals Hoogwoud herinneren ons nog daaraan) met daartussen drassige plekken. Ook ontstonden veenstroompjes voor de afwatering, zo is het Spaarne of de Amstel daaruit ontstaan.

Kaart-2 Geesten/strandwallen in Midden-Kennemerland

 

23 Limmen Westerzij  

24 Limmen Dusseldorp  

25 Bakkum Noord-Bakkum  

26 Bakkum Bakkum   

27 Akersloot Akersloot  

28 Akersloot Starting  

29 Castricum Kleibroek  

30 Castricum Castricum  

31 Limmen Nes  

32 Uitgeest Limmerkoog  

33 Akersloot Klein Dorregeest  

34 Uitgeest Groot Dorregeest  

35 Castricum Heemste(d)e  

36 Uitgeest Benes  

37 Uitgeest Oostergeest  

38 Uitgeest Westergeest  

39 Heemskerk Noorddorp  

40 Heemskerk Oosterzijde  

41 Heemskerk Molengeest  

42 Assum Assem  

43 Heemskerk Heemskerkerduin  

44 Beverwijk Hofland  

45 Velsen-Zuid Hoge Geest  

Het West-Nederlandse landschap bezat een grote afwisseling van landschap met veel water.  Slechts het duingebied en de hogere, droge delen van de strandwallen waren geschikt voor bewoning. Vervoer tussen dergelijke strandwallen was alleen over het water mogelijk. Op kaart-2 zijn de strandwallen te zien in het gebied tussen Castricum en Velsen in 7/8-eeuw. De bewoners hadden een gemengd bedrijf waarbij de mest het vee, dat graasde op de omliggende weidegebied, zorgde voor vruchtbare geestgronden op de strandwal. Aanvankelijk woonde men verspreid op een strandwal maar later concentreerde de bewoning steeds meer aan de uiterste punten van het gebied. Zo ontstonden kleine Nederzettingen die in Midden-Kennemerland aan de basis stonden van plaatsen als Velsen, Beverwijk, Heemskerk en Castricum. Rondom de strandwallen ontstonden paden/wegen die de twee nederzettingen met elkaar verbond. Deze wegen zijn, met name in Heemskerk, nog goed terug te vinden in het tegenwoordige stratenpatroon. Van Beverwijk naar Hofland volgen de Hoflanderweg en de Heemskerkerweg nog voor een groot deel deze wegen langs de strandwal. Voor Heemskerk geldt dat voor de Kerkstraat en de Oosterweg. Het moge duidelijk zijn dat deze wegen dus de oudste zijn in deze omgeving. Ook de noord-zuidverbindingswegen Alkmaar-Castricum-Beverwijk-Velsen-Haarlem vlak langs de duinstreek zijn al zeer oud.   

Feitelijk vormden deze bewoners de basis voor de Hollandse samenleving. Het gebied buiten de kust werd tot het jaar 1000 nauwelijks in cultuur gebracht. Deze uithoek van Europa was onderdeel van het Heilige Roomse Rijk, er woonde weinig mensen en de graaf, laat staan de Duitse keizer had weinig in te brengen. Steden van enige omvang bestonden nog niet en het leven was onzeker door onder meer de invloed van de zee.

Het gebied van het Fries Koninkrijk (lichtgroen)

Tot het begin van de achtste eeuw was het gebied van Midden-Kennemerland een onderdeel van het Friese Koninkrijk (Frisia). Op het hoogtepunt liep het gebied van het Zwin bij Brugge in België tot aan de Wezer in Duitsland. Het centrum van de macht was de stad Utrecht Ook de grootschalige handelsstad Dorestad (Wijk bij Duurstede) is ruim 100 jaar in bezit geweest. Nadien kreeg het zuidelijk gelegen Frankische Rijk steeds meer invloed en uiteindelijk werd het Frisia van koning Radbod nabij de rivier de Boorne (de ‘Middelzee’) werd de beslissende slag gevoerd onderworpen.

In het kielzog van de Franken kwam de kerstening van het vroegere Frisia op gang. Naar het noorden toe ging de verbreiding van het christendom steeds moeizamer. De komst van de eerste Angelsaksische missionarissen Willibrord en Bonifatius heeft niet kunnen voorkomen dat het honderden jaren duurden voordat iedereen volgens de christelijke grondbeginselen dacht en voelde. In Velsen werd in de achtste eeuw een moederkerk gesticht. De kerken in Beverwijk (Agathenkiricha), Heemskerk, Ursem, Assendelft, Sloten, Spaarnwoude en Haarlem werden in de loop der eeuwen gestichte “dochterskerken”. 

In de Frankische tijd groeide de bevolking van Midden-Kennemerland en de handel breidde zich uit. Totdat in 810 de eerste plundertochten van Vikingen of Noormannen langs het kustgebied plaatsvonden. Ondanks een georganiseerde kustverdediging slaagde de Vikingen er steeds weer in diverse steden te plunderen waaronder het machtige Dorestad. Enkele Vikingleiders slaagde er zelfs in delen van het kustgebied de macht te grijpen. Zo was tussen 850 en 880 de Deen Rorik in het bezit van het grootste deel van Frisia inclusief Dorestad. In 885 kwam een eind aan het Friese Noormannenrijk.

Het Frankische Rijk werd gesticht in 800 toen Karel de Grote tot keizer werd gekroond. Het rijk omvatte het hedendaagse Frankrijk, Duitsland en Noord-Italië. Na voortgaande vererving raakte het Rijk volkomen versnipperd. In 962 ontstond uit het oostelijk deel van het Frankische Rijk het Heilige Roomse Rijk waaruit honderden jaren later Duitsland ontstond.

 

Het Regnum Teutonicorum binnen het Imperium Romanum in de tiende eeuw

 

Voor verdere geschiedenis zie Ontginning veengebieden en ontstaan Assendelft